Wat is dyspraxie/dcd

Er is veel informatie voor handen voor kinderen met dyspraxie,en er word op internet af en toe ten onrechte beweert dat kinderen over de problemen heen groeien, dat is niet zo.Het is veel aandoenlijker om voor kinderen op te komen dan voor volwassenen, echter als kind word je veelal geholpen op school, of door anderen. Iemand die volwassen is word geacht alles zelf te kunnen uitvoeren, er kunnen daardoor ook veel situaties ontstaan waar een persoon met dcd/dyspraxie moelijkheden kan krijgen, (bv het halen van het rijbewijs, om te werken moet je kunnen hoofdrekenen, multitasken, snel kunnen reageren.) Daarom beginnen de echte problemen ook  in de adolesensie. In Nederland is er echter weinig tot geen informatie of onderzoek gedaan naar voor volwassenen daarom is het initiatief genomen om deze site op te starten.In Engeland, Amerika, Nieuwzeeland is het algemeen bekend, dat ook volwassenen problemen ondervinden met de neurologische aandoening genaamd dyspraxie/dcd. In Nederland lijkt hier helaas nog een taboe op te heersen. Volwassenen met dyspraxie/dcd ondervinden veel problemen met dagelijkse routine taken zoals autorijden, huishoudelijke taken koken en reinigen, ze hebben ook moeite op hun werk of moeite hun werk te behouden.

Dyspraxie is een onrijpheid van de hersenen. met als gevolg dat boodschappen niet goed aan het lichaam worden doorgegeven. Het heeft invloed op tenminste 2% van de bevolking. (De wereldgezondheidsorganisatie spreekt in hun ‘Diagnostic and Statistics Manual-IV’ over 6% van alle kinderen), in variërende mate van handicap. 70% van hen is man. Dyspraxie is een onzichtbare handicap. Dit is zowel een voordeel als een nadeel.

Een aantal van de problemen die veroorzaakt worden door dyspraxie zijn:

  • Onhandigheid
  • Slechte houding
  • Onhandig/lomp lopen
  • Verwarring over welke hand moet worden gebruikt
  • Moeilijkheden met het gooien en vangen van een bal
  • Gevoelige tastzin
  • Sommige kleren oncomfortabel vinden
  • Minder goed korte termijn geheugen. Het vergeten van wat de vorige dag is geleerd
  • Pover bewustzijn van het eigen lichaam
  • Problemen met lezen en schrijven
  • Een pen niet goed kunnen vasthouden
  • Slecht richtingsgevoel
  • Niet kunnen huppelen, hinkelen of fietsen
  • Langzaam leren zichzelf aan te kleden of zelf te eten
  • Simpele vragen niet kunnen beantwoorden, terwijl ze wel het antwoord weten
  • Spraakproblemen, leren laat praten of praten onsamenhangend
  • Fobieën of obsessief gedrag
  • Ongeduld
  • Kunnen niet tegen haar borstelen of tandenpoetsen of haar- en nagelknippen
  • Kunnen niet tegen het dragen van een pleisters

De symptomen

Mensen met dyspraxie vertonen sommige van de volgende symptomen, anderen hebben een niet specifieke coördinatie stoornis (Developmental Co-ordination Disorder, DCD) en hebben ook een aantal kenmerken, maar geen problemen met de motoriek. Weinig mensen vertonen alle symptomen of beperkingen.
 

Planning
Het onvermogen om taken te plannen en uit te voeren. Elke nieuwe taak moet worden geleerd en herhaald tot het een automatisme is (automatiseren).

Organiseren en ordenen
Problemen met de volgorde. Wat is het eerst, wat in het midden en wat het laatst? Gedachten moeten georganiseerd worden tot acties en daardoor zijn er ook problemen met het uitvoeren van taken. Wat trek je bij het aankleden bijvoorbeeld als eerste aan? Het probleem treedt ook op bij het vertellen van een verhaal, waarbij begin, midden en einde verward worden.

Fijne motoriek
Problemen met schrijven, tekenen,het sluiten van een kettinkje,  spelen met lego, het maken van legpuzzels, schoenen vastmaken, weinig houvast hebben.

Grove motoriek
Fietsen, het gooien en vangen van een bal, huppelen of het in een rechte lijn lopen zijn voorbeelden van problemen met de grove motoriek. Vaak hebben ze laat leren lopen en hebben ze als baby niet gekropen. Het evenwichtsgevoel is niet optimaal. Ook kunnen ze te angstig zijn of nog  gevaarlijker niet angstig zijn, bijvoorbeeld voor hoogtes.

Ruimtelijk bewustzijn
Dit betreft een beperking in het besef waar je je bevind in de relatie tot je omgeving: waar is de deur, hoe ver is een aankomende auto? Een kind met een beperkt ruimtelijk bewustzijn wil altijd vooraan of achteraan staan, maar nooit in het midden. In het midden ‘verdwaalt’ het, weet het niet waar het is. Sommigen slaan van zich af als iemand te dichtbij komt.

Bewustzijn van het eigen lichaam
Het gebrek aan bewustzijn van de verschillende lichaamsdelen of dat het lichaam twee kanten heeft. Een jong kind dat een tekening van een persoon maakt, plaatst alle ledematen en gezichtskenmerken, maar niet in perspectief. Pas als ze kijken weten ze waar ze zijn aangeraakt, ze zijn langzaam bij het leren van namen van de verschillende lichaamsdelen. Het ontbreken van het besef dat het lijf twee kanten heeft vertaalt zich naar het late keuze van de dominante hand, moeilijkheden met schrijven etc.

Gevoelige tastzin
De wereld draait om voelen. Kinderen leren door voelen om vormen en weefsels enz. te herkennen. Problemen met de tastzin uiten zich op veel manieren. Een lichte aanraking wordt als pijnlijk afgeweerd, en harde, ruwe aanrakingen zijn welkom. Nagels knippen, haar borstelen, pleisters en de douche zijn pijnlijk. Dergelijke problemen leiden tot moeilijkheden in de klas. De aanwezigheid in een menigte kan beangstigend zijn, kleren zijn oncomfortabel en veroorzaken onrustig gedrag. Het kind kan vernielzuchtig zijn. Dezelfde problemen kunnen ook het eetgedrag beïnvloeden, omdat sommigen bepaalde voedselstructuren vermijden of verlangen naar pittig gekruid eten.

Aandachtproblemen
Velen zoeken aandacht. Ze verlangen naar aandacht als ‘moeder’ aan de telefoon zit of naar de nieuwe baby kijkt. Bij sommigen is het moeilijk om hun aandacht te trekken, of andere gaan te veel op in wat ze doen. Problemen op het gebied van aandacht kunnen verband hebben met het gebrekkige waarnemingsvermogen van het kind. Het reageert op alle visuele en auditieve prikkels en kan niet deze niet onderscheiden. Als er te veel problemen met de aandacht zijn dan is een test nodig om oorzaken als ADD of ADHD uit te sluiten. Soms wordt foutief verondersteld dat er sprake is van ADHD terwijl dyspraxie of DCD de echte oorzaak van de aandachtsproblemen is.

Emoties
Vaak zijn kinderen met dyspraxie onvolwassen en worden emoties overdreven. Deze kinderen vergeven niet snel en zijn vaak wispelturig. Sommigen zijn vaak overdreven liefhebbend, sommigen kunnen een intense hekel aan je hebben na een slecht bevallen eerste kennismaking.

Fobieën en obsessies
Velen hebben last van fobieën en obsessies. Sommigen zijn relatief logisch, zoals angst voor bepaalde harde geluiden zoals ballonnen, treinstations. Of ze zijn bang om alleen te zijn, doordat ze een gebrekkig waarnemingsvermogen hebben. Sommigen houden niet van veranderingen in routines of zelfs niet van veranderingen van de opstelling van meubels

Waarneming
Hoe nemen we de wereld om ons heen waar, grootte, snelheid, vorm, kleur en tijd? We weten op het gehoor waar een vliegtuig in de lucht zit door het geluid. We leren begrippen als morgen, middag en avond eerder door tijdsbesef dan door klokkijken. Jonge kinderen zijn zich vaak niet bewust van ochtend en avond, en leren de dagen van de week maar langzaam. Tieners kunnen de maanden van het jaar niet opzeggen. Weten hoe laat het is, is een andere moeilijkheid, net als omgaan met geld. Velen hebben problemen om de weg te vinden. Zelfs op een kleine school kan het lang duren eer het kind gewend is en sommigen leren nooit de weg in een groot schoolgebouw. Deze kinderen moeten zelfs in een veilige omgeving in de gaten worden gehouden. Als je uit hun gezichtsveld raakt (of als je ze zelf niet meer ziet) zijn ze snel verdwaald.

Slechte oog-handcoördinatie
Het kan moeilijk zijn om een beweging met de ogen te volgen. Een buitensporige hoofdbeweging wordt gebruikt. Ze kunnen niet snel van het ene naar het andere object kijken, bijvoorbeeld van een boek naar het schoolbord.

Leerproblemen
Bij enkelen is het enige dyspraxie probleem dat ze hebben, een probleem met schrijven. Anderen hebben leesproblemen als gevolg van dyslexie of slechte oog-hand coördinatie. Anderen hebben problemen met rekenen (dyscalculie), of lezen alleen mechanisch, zonder te begrijpen wat ze lezen (hyperlexie). Als kinderen dyspraxie gerelateerde moeilijkheden hebben zoals problemen met waarnemen, de tastzin of ruimtelijk bewustzijn, dan ligt de aanwezigheid van leerproblemen voor de hand. Dyspraxie (DCD) beïnvloeden een grote groep mensen, dus er zijn mensen met ‘talenten’ en er zijn mensen die ‘langzaam’ zijn. De meerderheid heeft een gemiddelde intelligentie, maar heeft een probleem om dit uit te drukken in taal of schrijven.

Handschrift
Problemen met de motoriek en de coördinatie = schrijfproblemen. Het handschrift kan slechter worden als het kind groter wordt, omdat het dan sneller gaat denken en dan sneller probeert te schrijven. Sommige oudere kinderen hebben de kunst van het schrijven overwonnen, maar hun handschrift is vaak klein of neigt naar krassen en wordt met veel energie geproduceerd. Alle inspanning gaat naar het schrijven, en de inhoud van het werk leidt hieronder. Velen hebben ook zwakke spieren, houden hun pen te stevig vast en dan kan schrijven pijnlijk zijn. Sommige leerkrachten hebben veel energie in schrijflessen gestoken, om vervolgens tot de conclusie te komen dat dit de situatie heeft verslechterd.

Geheugen
Het korte termijn geheugen functioneert niet zo goed. Ze vergeten wat ze ’s morgens hebben gedaan. Het lange termijn geheugen is uitstekend, in het bijzonder voor triviale gebeurtenissen.

De toekomst

Er wordt gezegd dat kinderen over de problemen heen groeien, maar recent onderzoek toont aan dat dit niet zo is. Velen verbeteren naar mate ze groter groeien, leren strategieën om er mee om te gaan, leren vermijdingstechnieken of specifieke vaardigheden. Bijvoorbeeld het leren fietsen. Dit betekent niet dat de coördinatie is verbeterd, als een kind met dyspraxie leert fietsen. Het heeft alleen één vaardigheid geleerd.

Pubertijd
Tegen de tijd dat het kind een tiener wordt, wordt het bewust van zijn/haar handicap. Vaak gaan het zich afzetten en de handicap ontkennen. Thuis is het kind vaak net zo onvolwassen als altijd, maar op school nemen de frustraties vaker toe. Oppervlakkig gezien lijken ze gelukkig, maar ze doen constant moeite om ‘normaal’ te lijken. Ze hebben hoge verwachtingen van zichzelf en willen niet falen. Ze leggen zichzelf dus een zeer grote druk op. Een kleine minderheid met beperkte moeilijkheden verlangt vriendschap tegen elke prijs. Dit zijn diegenen die zich aansluiten bij straatbendes en kunnen belanden in de kleine criminaliteit. De meerderheid dreigt zich steeds verdere terug te trekken van schoolactiviteiten en worden eenzaam.

Volwassenen

Bij de meeste volwassenen is nooit een diagnose gesteld. En van hen wordt nog steeds veel geleerd over dyspraxie. Enkelen kunnen autorijden, blijven werken of een gezin opvoeden, maar dat is niet eenvoudig. Ze klagen dat ze in hun familieomgeving verdwalen, hebben moeite met organiseren en hebben moeite om zichzelf goed te verzorgen. Haar borstelen is lastig, veel vrouwen kunnen geen make up op doen, terwijl voor mannen scheren moeilijk kan zijn. Een gezin opvoeden is moeilijk en een ondersteunende partner is nodig.

Volwassenen worden vaak beschuldigd van het niet proberen, maar in feite proberen ze het vaak heel hard. Ze zijn heel intelligent, en kunnen volledig begrijpen dat ondanks hun inspanningen, hun werk niet te vergelijken is met dat van anderen. Ze hebben vaak arme organisatorische vaardigheden, moeite met spelling en schrijven en dat  verhoogt dan weer de frustratie van een volwassene met dyspraxie  en kan leiden tot aanzienlijke depressie. Volwassenen hebben moeite met de torenhoge druk van de multitask-maatschappij waarin alles sneller en productiever en goedkoper moet, terwijl ze zelf motorisch trager zijn en over alles nadenken,  sommige hebben al uitdagingen met dagelijkse activiteiten en te hoge verwachtingen voor henzelf die ze onmogelijk waar kunnen maken . Autorijden gaat vaak moeilijk, en voor sommige is dit misschien wel onmogelijk

Koken en reinigen  is veeleisend, ook het herinneren van afspraken. Volwassenen met dyspraxie kunnen ook moeite hebben met het regelen van de toonhoogte en articulatie van hun stem en kunnen daardoor makkelijk verkeerd begrepen door anderen. Het krijgen en behouden van een baan kan een van de meest belastende  horde zijn, dit kan leiden tot grote frustratie en depressie. Aangezien dyspraxie geen gebrek is aan intelligentie betekent, kunnen degenen die evolueren en aanpassingsvaardigheden ontwikkelen zeer succesvol zijn later in het leven.

PROBLEMEN PUNTGEWIJS WAT VOLWASSEN MET DYSPRAXIE KUNNEN HEBBEN.

Ze hebben meestal een combinatie van problemen, waaronder:

Grove motorische coördinatie vaardigheden (grote bewegingen):

  • Arme evenwicht
  • Sommige mensen met dyspraxie hebben platte voeten
  • Slechte hand-oog coördinatie Problemen met, team sporten met name die welke betrekking hebben op een bal vangen en slaan.
  • Gebrek aan ritme bv dansen, aerobics doen ook het nadoen imiteren van iemand zijn bewegingen kan moeilijk tot onmogelijk zijn
  • Problemen met het besturen van een auto. En indien rijbewijs gehaald problemen met bv inparkeren, achteruit rijden.
  • Onhandige manier van lopen en beweging. Ook in drukke steden tegen mensen oplopen. Veranderen van richting, stoppen en starten van acties kan moeite kosten.
  • Overdreven bewegingen’ zoals fladderende handen tijdens het hardlopen

Coördinatie van fijne motorische vaardigheden (kleine bewegingen):

  • Gebrek aan handigheid. Vooral de taken waar twee handen bij vereist zijn. Bv problemen met het gebruik van bestek, schoonmaken, koken,strijken, handen arbeid,aardappels schillen,was opvouwen, muziek instrumenten bespelen.
  • Problemen met handschrift (slordig,onleesbaar) verkeerde pen grip, te hard drukken bij het schrijven, en niet binnen de lijnen kunnen schrijven.
  • Moeite met de dagelijkse verzorging. Bv  make-up op doen , scheren, haar doen, veters knopen leggen. Enz. enz.

Spraak- en taal:

  • Spreken vaak in hun zelf.
  • Hebben vaak moeite om voor grote groepen te spreken
  • Spreekbeurten zijn vaak onmogelijk omdat je dan in volgorde over een onderwerp moet vertellen,zonder dat je op een ander reageert.
  • Problemen bij het volgen van een bewegend object zonder het hoofd te verplaatsen.
  • Kan niet zoeken snel en effectief van het ene object naar het andere overschakelen  (bijvoorbeeld van een TV naar een tijdschrift)
  • Slechte visuele waarneming (Het vlot kunnen opmerken van verschillen in richting, detail en vorm valt onder de noemer visuele waarneming.)In het dagelijks leven en op school bewijst een goede visuele waarneming zijn nut. Denk maar aan het onderscheiden van cijfers en letters bij het lezen en rekenen. Of het onderscheid maken tussen de verschillende muntstukken en verkeersborden
  • Afkeer tegen worden aangeraakt.
  • Overgevoelig voor smaak
  • Spraak kan  wellicht ongecontroleerd zijn  bv toon hoogte, volume en frequentie

Oogbewegingen:

Perceptie (interpretatie van de verschillende zin tuigen):

  • Overgevoeligheid  aan het licht
  • Problemen bij het onderscheiden van geluiden van achtergrond geluiden. Neiging om overgevoelig te zijn aan lawaai.
  • Gebrek aan bewustzijn van lichaamsstand punt in de ruimte en de ruimtelijke verhoudingen. Kan leiden tot stoten, struikelen, dingen, laten vallen en morsen.
  • Weinig besef van tijd, snelheid, afstand of gewicht. Leidt tot moeilijkheden bij het rijden.
  • Onvoldoende gevoel voor richting. Moeilijk vinden om onderscheid te maken tussen rechts en links betekent moeite met kaart lezen en opvolgen van instructies.

Leren, gedachten en geheugen:

  • Moeilijkheden bij de planning en organisatie van gedachten
  • Slecht geheugen, met name het korte termijn geheugen. Kan leiden tot veel dingen vergeten en verliezen
  •  Problemen bij het volgen van de instructies, vooral meer dan één voor één
  •  Problemen met de concentratie. Gemakkelijk afgeleid kan worden
  • Goed maar in één ding en op een moment, niet tegelijkertijd !!
  • Langzaam om een taak te voltooien. Kan dromen en doelloos zwerven.
  • Problemen met wiskunde en het schrijven van rapporten op het werk (notuleren)
  • Traag in het afhandelen van een taak. Kan dagdromen en lang over dingen nadenken die al veel eerder gezegd zijn.

Emoties en gedrag:

  • Problemen bij het luisteren naar mensen, vooral in de grote fracties waar veel mensen door elkaar heen spreken.
  • De moeilijkheid in het oppakken van non-verbale signalen. De neiging om dingen soms letterlijk te nemen.
  • Langzaam aan te passen aan nieuwe en onverwachte situaties. Soms situaties vermijden waar ze bij voorbaat al weten dat het problemen op gaat leveren.
  • Neiging om af te zien van de dingen die te moeilijk zijn. (Mede ook door mensen die niet begrijpen waarom iets niet lukt !)
  • Neiging om gefrustreerd te raken dat je het niet zo snel oppakt als een ander.

Emoties als gevolg van moeilijkheden:

  • De neiging om gestrest en depressief te raken zal hoger zijn.
  • Wellicht moeite slapen
  • Laag gevoel van eigenwaarde (door druk maatschappij, ieder moet perfect zijn)
  • emotionele uitbarstingen

Mensen met dyspraxie zullen niet alle kenmerken hebben, maar ze zullen zich wel in vele van deze kenmerken kunnen herkennen.

Behandeling

Er is geen remedie voor dyspraxie, maar er zijn vele strategieën die kunnen helpen. Ergotherapeuten zullen kijken naar de motorische en perceptuele vaardigheden, samen met de activiteiten van het dagelijks leven zoals huishoudelijke taken en organisatorische vaardigheden, en helpen bij het ontwikkelen van strategieën ter verbetering van deze.. Spraak therapeuten kunnen helpen met spraak of taal problemen en soms ook met communicatieve en sociale vaardigheden. Begeleiding kan helpen om de problemen te overwinnen.

Vergeet niet

Door een diagnose kan u dingen in perspectief  zetten en u eigenwaarde verbeteren. Denk positief en houd uw gevoel voor humor. Veel mensen met dyspraxie zijn zeer creatief, vastberaden, persistent,intelligent, en goudeerlijk.

Ontspanning  

Proberen eens de sportschool of fitness te gaan om uw spierkracht en coördinatie te verbeteren. Je kan ook denken aan computerspelletjes, bowling, zwemmen, rots klimmen, wandelen of aqua-aerobics . Zoek wel iets dat je echt graag doet.