Geschiedenis Dcd/Dyspraxie

De term DCD wordt pas sinds 1998 gebruikt, hier is al een hele geschiedenis aan vooraf gegaan. In 1925 werd voor het eerst over kinderen met een motorische ontwikkelingsstoornis geschreven door Orton (1925). Er werden veel namen gebruikt, maar de meest voorkomende was MBD[1] (Minor Brain Dysfunction). Onder de naam MDB vielen alleen de kinderen met de schoolleeftijd (circa 6 tot 12 jaar). Van deze kinderen werd verwacht dat ze een normale intelligentie hadden maar ook dat ze gedragsproblemen en leermoeilijkheden vertoonden, die een verband hadden met de minimale disfuncties van het zenuwstelsel. Kenmerken die bij deze kinderen overeen kwamen waren: Gebrek aan concentratie, hyperactiviteit, impulsiviteit, prikkelbaarheid en emotionele labiliteit. Deze kenmerken kwamen ook tot uiting in gedrags- en emotionele problemen. Ook werden er lichte neurologische disfuncties gerapporteerd, bijvoorbeeld in de motorische coördinatie, reflex asymetrieën, choreatiforme[2] of athetotiforme[3] bewegingen, algemene houterigheid en tekenen van een vertraagde motorische ontwikkeling.  Brain dysfuction bleek bij neurologisch onderzoek niet aantoonbaar te zijn. Doorgaans ontbreekt het aan harde bewijzen van een hersenbeschadiging. Daarom werd er onderscheid gemaakt tussen MBD en MND (Minor Neurological Dysfunction). MBD werd nu meer gezien voor stoornissen op functie- en gedragsniveau en MND als het complex van lichte neurologische afwijkingen die bij deze kinderen vaker worden aangetroffen dan bij andere kinderen. Aan het eind van de jaren zestig ontstonden er sterke neigingen om de naam MBD te vervangen omdat deze naam klinisch onterecht was. Deze naam gaf namelijk aan dat in alle gevallen van MBD een aanwezige hersenstoornis bestond. Daarom werd internationaal in de DSM[4] lijst de diagnose ADD[5] (Attention Defict Disorder) ingevoerd (later ADHD en dergelijke). Dit duidde vooral op aandachtsstoornissen.

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kwam er kritiek op de lage onderlinge betrouwbaarheid van bepaalde diagnoses en op de te strikte afbakening van de grenzen tussen normaal en abnormaal gedrag waar deze in werkelijkheid veel vager waren. De noodzaak van een duidelijke en eenduidige diagnose leidde ertoe dat de meerderheid van de psychiaters anders ging werken. Voortaan zou de voorlopige diagnose met een collega of een team worden besproken. Daarvoor moesten de gebruikte diagnostische termen voor allen dezelfde inhoud hebben.

In een poging om in deze chaos enige orde te scheppen, is de DSM-IV ontstaan, met zoveel succes dat het inmiddels over nagenoeg de gehele wereld gebruikt wordt.

Daarmee is niet gezegd dat het DSM perfect is; het blijft een vrij ruwe maatstaf maar het is wel het beste en meest algemeen gehanteerde classificatiemiddel dat er is. Het DSM wordt geregeld herzien en aan de nieuwste inzichten aangepast.

Na 1975 besefte men dat er bij kinderen met DCD sprake was van heel uiteenlopende profielen van stoornissen en dus niet van één stoornis. Men besefte dat motorische en gedragsgerelateerde problemen ook samen konden voorkomen.

Pas veel later in 1990 krijgen ook de motorische ontwikkelingsproblemen een eigen naam, eerst werd de term clumsiness (stunteligheid) gebruikt, later in 1998 kwam men tot de term DCD. Deze diagnose en de bijbehorende criteria zijn beschreven in de DSM-IV-TR. Er wordt nu gewerkt aan DSM-V en ze verwachten deze in  2010/2011 toe te kunnen passen.

(Kalverboer A.F, De nieuwe buitenbeentjes: stoornissen in aandacht en motoriek bij kinderen, Lemniscaat Publishers, 1996)

(Empelen van R., Hartman A., Kinderfysiotherapie, 2e druk, Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen)

[1] MBD: Minor Brain Dysfunction.
Minimale disfuncties van het zenuwstelsel met normale intelligentie.

[2] Choreatiforme:
Extrapiramidaal syndroom, gekenmerkt door plotselinge onwillekeurige gecoordineerde, maar rukkende bewegingen.

[3] Athetotiforme:
Zien kleine, trage wriemelende bewegingen, vrij onregelmatig en aritmisch, meest voorkomend in vingers en tong

[4] DSM:
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Een classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen, uitgegeven en opgesteld door de American Psychiatric Association.

[5] ADD:
Attention Defict Disorder. Een aandachtstekort stoornis zonder het element van hyperactiviteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s