Oorzaken Dcd/Dyspraxie

oorzakenWaardoor Dyspraxie/Dcd veroorzaakt wordt is nog geen echte eenduidig antwoord op,en de exacte oorzaak van DCD is daarom ook nog niet bekend. Waarschijnlijk spelen zowel erfelijke factoren als oorzaken in de hersenontwikkeling bij het kind zelf een rol bij het ontstaan ervan. Zo wordt het nogal eens gezien dat het in één familie voorkomt. Ook broertjes of zusjes hebben het dan in meer of mindere mate. Bekend is het voorkomen van DCD in de groep kinderen die veel te vroeg zijn geboren (prematuren), kinderen met een laag geboortegewicht (dysmaturen) of bij kinderen die rond de geboorte problemen hebben gehad hetgeen zich uitte in een lage Apgar score.

Er zijn ook nog enkele andere hypothesen (veronderstellingen) namelijk:

–       Een onvolgroeid centraal zenuwstelsel
–       Een genetische bepaalde aandoening
–       Een beschadiging aan het centrale zenuwstelsel
–       Zuurstoftekort bij geboorte waardoor hersenletsel is ontstaan. Maar het kan ook het gevolg zijn van niet aangeboren hersenletsel , hersenschade door een ongeluk of een CVA (beroerte)

De onhandigheid bij DCD wordt meestal gezien als een uiting van een niet optimaal ontwikkeld zenuwstelsel door ontwikkelingsproblemen in de hersenen. De boodschappen uit de hersenen worden niet goed aan het lichaam doorgegeven. Dit kan door een vroege beschadiging van het zenuwstelsel komen of genetisch bepaald zijn. Ironisch is dat als iets minder snel verloopt, de spontane drang tot ontwikkelen ook vermindert. Dit terwijl deze kinderen juist meer oefening nodig hebben.

Er zijn nog geen keiharde aanwijzingen die aantonen dat de disfunctie van het centrale zenuwstelsel te verwijten is aan de complicaties in de perinatale fase. Wel kunnen kinderen met DCD neurologische verschijnselen vertonen zoals dysdiadochokinese (onvermogen om snel achtereen tegengestelde bewegingen uit te voeren bijvoorbeeld pronatie en supinatie), choreatiforme dyskinesieën (plotselinge onwillekeurige gecoördineerde, maar rukkende bewegingen) en hypotonie (verminderde tonus in de spieren).

De betekenis van deze verschijnselen zijn echter onduidelijk, omdat vooralsnog onbekend is wat de aan- of afwezigheid van deze verschijnselen ons zegt over de integriteit van het zenuwstelsel.

(Kalverboer A.F, De nieuwe buitenbeentjes: stoornissen in aandacht en motoriek bij kinderen, Lemniscaat Publishers, 1996)

(Empelen van R., Hartman A., Kinderfysiotherapie, 2e druk, Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen)

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s